Van Kempen

WORMSEARCH EPI







Parasieten
Preventie
Werkwijze
Mesttest

Wormsearch EPI onderzoekt paardenmest op wormen en wormeitjes, om zo met beleid te ontwormen, gericht op het welzijn van paarden en voorkomen van resistentie.

Van Kempen, Evelien

Wormsearch EPI

'Van al onze volbloeds wordt al meer dan 25 jaar eerst de mest onderzocht voordat we gaan ontwormen. Wij ontwormen alleen als dat nodig is. Ik werkte 28 jaar bij MSD Animal Health in de research. Inmiddels onderzoek ik in ons eigen laboratorium mest van vele paarden op wormen en wormeieren.'

Lees verder en leer meer over wormen, resistentie en preventie en mestonderzoek.

Wat zijn parasieten?

Wormen zijn parasieten. Parasieten zijn een vorm van leven die zich in stand houdt en vermenigvuldigd ten koste van een andere levenssoort (hun gastheer), in dit geval de paarden.

We onderscheiden 2 soorten parasieten. Ectoparasieten zoals vlooien leven op de gastheer. Endoparasieten zoals wormen leven in de gastheer. Wormen zitten bij paarden vooral in het spijsverteringsstelsel. Paarden die besmet zijn met wormen scheiden met de mest wormeitjes uit, die na een tijdje als larven weer door een ander paard worden opgenomen bij het grazen.

Kijk verder: Schema parasieten in het paard


Wormen en wormeieren

Welke wormen zijn ziekmakend?

Bij veulens is de spoelworm, zeer ziekmakend. Vooral voor jaarlingen, twee- en driejarigen zijn de bloedwormen ziekmakend. Ze kunnen wintercyathostominose veroorzaken. Deze kunnen, doordat er zich een onvolledige weerstand ontwikkelt, ook volwassen dieren nog ziek maken. Soms zijn de lintwormen bij het paard ziekteverwekkend.

De veulenworm is alleen ziekmakend als die in grote aantallen het veulen infecteert. Dat kan bijvoorbeeld in een zwaar besmette stal of bij slechte hygiëne in een potstal. In het verleden was Strongylus vulgaris een van de ziekmakendste wormen van zowel veulens als oudere paarden in Nederland. Strongylus vulgaris vinden we nu bijna niet meer in Nederlandse paarden. Dat komt waarschijnlijk doordat ieder paardenbedrijf wel één keer per jaar met ivermectine of moxidectine behandelt. Aarsmaden zijn niet zeer ziekmakend. Ze veroorzaken jeuk rond de de anus en komen voor bij paarden van alle leeftijden. Paard&sport, mei 2015





Bij ziekte veroorzaakt door kleine strongyliden kan een paard mager en lusteloos worden en de vacht dof. Soms is sprake van een opgezette buik, diarree of koliek. In ernstige gevallen kunnen kleine strongyliden zelfs dodelijk zijn. Met name jonge, ziekelijke of oudere dieren zijn kwetsbaar.

Soorten wormen

Haarworm
(Trichostrongylus axei)
Spoelworm
(Parascaris equorum)
Bloedworm klein
(kleine strongylide / cysthostominae)
Bloedworm groot
(Strongylus spp)
Lintworm
(Anoplocephala spp)
Draadworm
(Oxyuris)
Veulenworm
(Strongyloides westeri)
Longworm
(Dictyocaulus arnfieldi)
Nekworm
(Onschecerca spp.)
Maagworm
(Habronema ssp.)
Horzellarven
(Gasterophilus spp.)
(Dit zijn geen wormen)

Resistentie

Mestonderzoek in de strijd tegen maagdarmwormen

Maagdarmwormen kunnen de gezondheid van een paard flink schaden. Vrijwel iedere paardenhouder weet dat en geeft zijn paard uit voorzorg regelmatig een wormspuit. Nieuwe inzichten hebben aangetoond dat dat wellicht geen goede aanpak is. Een gerichte bestrijding na mestonderzoek is effectiever en kan kostenbesparend zijn.

Parasieten zijn een steeds groter probleem geworden sinds de mens paarden is gaan houden. Dat komt omdat we veel dieren op een relatief kleine plek onderbrengen, waar ze elkaar besmetten. Dat is niet erg, een gezond volwassen paard heeft een bepaalde mate van weerstand opgebouwd. Alleen bij een ernstige besmetting ontstaan problemen. Het is daarom belangrijk om jonge paarden te beschermen tegen massale opname van larven. Dat betekent niet alleen een gerichte bestrijding als is aangetoond dat paarden eitjes uitscheiden, maar bijvoorbeeld ook een goed weidemanagement.

Er zijn verschillende soorten wormen die schadelijk zijn voor een paard. Sommige daarvan hebben larven die zich kunnen inkapselen in de darmwand. Ze zijn daar slecht te bereiken met ontwormingsmiddelen en kunnen lang overleven. Er zijn ook soorten waarvan de larven zich een weg banen naar de hartslagader, waar ze schade aanrichten. Slechts een klein deel van de wormen, larven en eitjes bevindt zich in het paard. Het overgrote deel zit ’s zomers in de wei! Het is dus niet voldoende om alleen het paard te behandelen.

Gerichte aanpak

Zomaar ontwormingsmiddelen toedienen uit voorzorg kost onnodig veel geld en werkt resistentie in de hand. Ook knoeien bij het toedienen of een te lage dosis vergroot de kans op resistentie. Dat gebeurt in de praktijk snel. Paarden spugen soms een deel van de pasta uit. Bovendien vinden eigenaren het vaak lastig om het juiste gewicht van hun paard in te schatten. Door onvolledige toediening blijft een deel van de wormen zitten en ontstaat gewenning aan het middel. Zo blijven uiteindelijk alleen parasieten over die ongevoelig zijn voor alle bestrijdingsmiddelen.

Wormen blijken steeds vaker ongevoelig (resistent) voor de gebruikte middelen. Om uitbreiding van deze resistentie te voorkomen, is het belangrijk om alleen te ontwormen als daar aanleiding toe is. Mestonderzoek is een belangrijk hulpmiddel om te bepalen of bestrijding noodzakelijk is en zo ja, met welk middel. U kunt eenvoudig mestonderzoek doen met de Wormsearch Mesttest.



Met de uitslag van het mestonderzoek gaat u naar de eigen dierenarts voor een advies op maat. Die adviseert u welke wormenkuur, met welke werkzame stoffen, het beste past. Sommige wormen reageren wel op het ene werkzame product, maar niet op het andere. Benzimidazolen als bestrijdingsmiddel werken nog nauwelijks tegen de kleine strongyliden. Pyrantel werkt tegen volwassen kleine strongyliden, al is er in Nederland ook resistentie tegen deze stof. Pasta’s en pillen met ivermectine en moxidectine pakken ook de larven en in enige mate de ingekapselde larven van de kleine strongyliden aan.

Weerstand en weidemanagement

Mestonderzoek is een nuttig middel in de strijd tegen wormen bij paarden. Het toont overigens niet aan of een paard wormen heeft, maar of deze wormen eitjes uitscheiden. Als er geen eitjes worden uitgescheiden, is bestrijding niet direct noodzakelijk. Een paar wormen zorgen ervoor dat de weerstand van een paard wordt opgebouwd en onderhouden. Worden er echter wel veel eitjes gevonden in de mest, dan is bestrijding wel noodzakelijk om te voorkomen dat andere paarden grote aantallen larven van de weide opnemen en ook besmet raken. Aanpak van de leefomgeving is dan dus noodzakelijk, bijvoorbeeld regelmatig mest ruimen uit weiland en paddock.

Op de vraag hoe vaak mestonderzoek moet worden herhaald, is geen standaard antwoord. Het hangt van de bedrijfsvoering af, het weidebeleid, de aanwezigheid van jonge paarden en of er besmetting is aangetoond. Iedere vier tot zes weken is een veilige optie en dan met name net voor en in het weideseizoen, dus de maanden april, juni en augustus. Het is verstandig om hierover te overleggen met de dierenarts.